Omgaan met stress of ontstressen?

Ontstressen is, in tegenstelling tot ‘omgaan met stress’ (stressmanagement), het oplossen van de stress waar die zich voordoet: in het brein.

Omgaan met stress is ‘stress managen’. De persoon probeert te weten wat hem van streek maakt en gaat dat uit de weg, leidt zichzelf af, concentreert zich op het hart, op de ademhaling of ‘een anker’, waardoor men weer rustig wordt. Sommige mensen gebruiken medicatie om met hun stress om te kunnen gaan, bijvoorbeeld slaapmedicatie wanneer men niet kan inslapen vanwege piekeren (dit is een vorm van stress).

Het nadeel van ‘omgaan met stress’ is dat de triggers blijven: het brein blijft reageren op dezelfde signalen die de persoon keer op keer in de reactieve modus brengen.

Daardoor wordt stressmanagement een gewoonte. Iedere keer dat deze triggers zich voordoen, vertoont het lichaam een of meerdere stressreacties: versnelde hartslag, hoog en snel ademen, verhoogde bloeddruk, bloed dat wegtrekt uit de huid en naar de armen en benen stroomt waardoor er pijn en krampen ontstaan, spijsvertering die vertraagt,… Zolang de triggers niet zijn opgelost, blijft het lichaam dezelfde lichaamsreacties vertonen, wat op termijn weer leidt tot ziekte.

Ontstressen verandert effectief het verontruste brein dat door trauma, eerder controleverlies of angst voor wat er kan gebeuren, in de stressmodus is geraakt. Ontstressen neemt de triggers – en dus de stressreacties weg. Daardoor verdwijnt ook de stressreacties: het hart blijft rustig, de ademhaling diep, het hele lichaam functioneert weer normaal. Het brein is verbonden: beide hersenhelften werken samen.

Hoe het brein normaal werkt: verbonden brein

Wanneer mensen samen werken, spelen of leren, maakt het brein een perfecte puzzel van alles wat op dat moment wordt gezien, gehoord, gevoeld, geroken en geproefd. Wordt er bijvoorbeeld een spel gespeeld en gebeurt er iets grappigs, dan kan dit later als een verhaal over deze situatie worden naverteld. Tijdens het vertellen worden alle zintuiglijke signalen – van wat er toen gezien, gehoord, en gevoeld werd – opnieuw beleefd. Dat is ‘zich iets herinneren’. Alle zintuigen helpen om opnieuw te ervaren en over te brengen wat er wordt bedoeld.

In breintermen uitgedrukt: het bewustzijn (aandacht, concentratie) en het onderbewuste (database, automatische processen) werken perfect samen.

Trauma: controleverlies veroorzaakt black-out

Maakt iemand iets traumatisch mee – wordt die fysiek gekwetst, uitgesloten, vernederd, pijn gedaan, ongewenst seksueel benaderd, of ondergaat die voortdurende dreiging – dan treedt gedurende de ergste momenten controleverlies op. Op zo’n moment valt het bewustzijn even uit en neemt het onderbewuste (= de automatische piloot die stuurt op veiligheid) het over. Er ontstaat op dat moment een kleine of grotere black-out (van seconden tot minuten, of zelfs uren).

Op deze momenten van black-out wordt alles wat de persoon ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft met een alarmcode als trigger aan het alarmcentrum (amygdala) gehecht. De zintuiglijke puzzel, die normaal samengevoegd wordt tot een herinnering, spat uit elkaar en de losse deeltjes zorgen vanaf dan voor alarmsignaal (stressreactie) in het lichaam.

Het alarmcentrum scant de werkelijkheid om na te gaan of het nu wél veilig is.

Dit alarmcentra in het brein (amygdalae) zijn voortdurend alert en zoeken automatisch naar de signalen die de persoon eerder beschadigden zodat die op tijd, voordat het controleverlies opnieuw zou gebeuren, zichzelf in veiligheid kan brengen.

Zodra het alarm aanslaat, gaat de persoon in stress

Merkt het alarmcentrum enkele zintuiglijke signalen die hoorden bij de alarmcontext, dan slaat de amygdala alarm. Direct wordt het brein – en dus het hele lichaam – gealarmeerd: in de bijnieren worden stresshormonen aangemaakt, de persoon krijgt een versnelde hartslag, ademt sneller, krijgt vaak een droge keel, de spijsvertering vertraagt, het bloed trekt uit de huid (koude rilling of koud zweet) naar de armen en benen zodat de persoon op scherp staat om te vechten of te vluchten. Handen en voeten koelen af en de immuniteit vermindert. Dit is wat er normaal bij stress in het lichaam gebeurt.

Zodra het lichaam in alarm gaat, treden er automatisch stressreacties (vechten, vluchten en verstarren) op. Vaak worden deze reacties niet als stress herkend. De persoon heeft immers de indruk dat het gedrag dat hij stelt, ‘nu nodig is’.

Vechten

Toont iemand een vechtreactie, dan gaat deze persoon zichzelf verdedigen. Er volgt argumentatie, verzet, verweer, irritatie. Door middel van al dit verzet probeert de persoon het te winnen van de ander die hij als vijand ziet.

Vluchten

Schiet iemand in een vluchtreactie, dan wil die weg. Dan heeft hij ‘er genoeg van’, wilt die stoppen, iets anders doen. De focus op het doel verdwijnt en uitstelreacties nemen het over. Dat gaat vaak gepaard met overmatig of ongezond eten of drinken, surfen op social media of gamen. De persoon wordt moe, de motivatie en energie om te doen wat moet gebeuren verdwijnt. Al deze vluchtreacties zorgen ervoor dat de persoon weggaat, mentaal en/of fysiek: uit de buurt van het vermeende gevaar.

Bevriezen

Bevriest het lichaam, dan valt de persoon stil. De persoon slaagt er niet of minder in om zichzelf uit te drukken, zegt bijvoorbeeld niet wat er aan de hand is. Vaak treden er pijnklachten op, in de buik of het hoofd. Concentreren lukt niet meer of er treedt een gevoel van zelfvervreemding op.

Korte en lange termijn problemen

Al deze stressreacties veroorzaken op korte of lange termijn problemen. Ze hebben tot gevolg dat de conditie vermindert, de concentratie afneemt en het moeilijk wordt om de problemen op te lossen. Ook de verbinding in de groepen waar de persoon deel van uitmaakt, wordt ondermijnd doordat de persoon in een vecht-, vlucht- of bevriesmodus is terechtgekomen. Connectie met het gezin en de maatschappij neemt af.

Al deze problemen doen zich voor als direct gevolg van de stress die ontstaan is in het eigen brein.

Ontstressen is het probleem aanpakken waar het zich voordoet: in het brein

De zintuiglijke triggers die de persoon in alarm brachten, moeten dus van het alarmcentrum worden afgehaald. De stressreacties verpesten immers het welbevinden van de persoon en zijn omgeving. Er is nood aan normale automatische impulsen die zorgen voor een aangename en ontspannen gemoedstoestand. Jammer genoeg veranderen deze impulsen niet zomaar door goede voornemens te maken of zichzelf op de kop te zitten.

Er moeten letterlijk verbindingen gecreëerd worden in het brein. Het brein moet verbonden worden. Dat gebeurt door zich te concentreren op wat nu voor stress zorgt, door commando’s te geven aan het automatische onderbewuste systeem én een kruiselingse beweging te maken, worden de triggers losgemaakt van het angstcentrum en worden er opnieuw veel verbindingen gelegd tussen alle delen van de hersenen. De alarmen vallen weg en er komt weer rust in het lichaam. Correct ontstressen resulteert dus in opgeloste stress.

Hoe sneller iemand de alarmen oplost, hoe minder schade de stressreacties in het lichaam en de sociale omgeving teweegbrengen. Zodra iemand weer een verbonden brein heeft, is de stress weg. Het leven wordt weer aangenaam, voor de persoon zelf en voor de omgeving.

Bron: https://nl.everybodywiki.com/Ontstressen